cOM Vakblad Logo
“Als meebeslissen niet kan, zet dan in op maximaal informeren”
Uit Editie 5 - Voorjaar 2026

“Als meebeslissen niet kan, zet dan in op maximaal informeren”

Eefje Rolsma & Stijn Joris8 juni 2026

EGGE JAN DE JONGE

  • Adviseur omgevingsbeleid ministerie van Defensie in Nederland
  • Verantwoordelijk voor omgevingsmanagement bij het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD)
  • Officier bij de Koninklijke Landmacht
  • Voormalig wethouder in de gemeente Zeewolde

Omgevingscommunicatie associeer je niet meteen met soldaten, tanks en gevechtsvliegtuigen. Tot Defensie uitbreidt en in heel Nederland op zoek gaat naar zo'n 5.000 voetbalvelden aan ruimte voor nieuwe militaire behoeften. Als adviseur omgevingsbeleid trekt Egge Jan de Jonge door het land om het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie bespreekbaar te maken.

De VS blijven zich roeren. Rusland ligt nog altijd in conflict met Oekraïne. Uit onder meer Iran, Gaza en Libanon bereiken ons dagelijks berichten over aanslagen of bombardementen. Wereldwijd investeren naties op aandringen van de NAVO in Defensie. Ook Nederland bouwt zijn krijgsmacht uit.

Daar is extra menskracht voor nodig, maar ook ruimte. Egge Jan de Jonge is degene die in het programmateam verantwoordelijk is voor het gesprek met de omgeving.

Egge Jan, hoe ontstond bij Defensie de noodzaak om omgevingscommunicatie hoger op de agenda te plaatsen?

"Op het moment dat Rusland in 2022 Oekraïne binnenviel, keerde de Tweede Kamer op korte termijn terug op zijn strategisch vastgoedplan dat erop was gericht om het leger te concentreren, verduurzamen en vernieuwen. Eigenlijk verder af te bouwen dus."

"Het deel van het bruto nationaal product dat naar Defensie ging, steeg eerst naar 1,6 procent en kort erna zelfs al naar 2 procent. Intussen spreekt de NAVO al over 3,5 tot 5 procent. Als je het leger wil uitbreiden, heb je extra ruimte nodig. Vooral oefenterreinen, maar ook de F-35's landen natuurlijk niet zomaar ergens. Doordat alle ruimte in Nederland al een functie heeft, is omgevingscommunicatie voor Defensie meer dan ooit aan de orde."

Kun je kort uitleggen wat we precies moeten verstaan onder het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD)?

"Het NPRD is een beleidsprogramma dat locaties vastlegt voor de uitbreiding en modernisering van de krijgsmacht. Het plan kijkt door naar 2050 en de ruimte die we dan nodig hebben."

Over hoeveel oppervlakte spreken we dan?

"Het gaat om zo'n 3.300 hectare, wat natuurlijk best wel omvangrijk is. We zijn per militaire behoefte gaan kijken wat de minst slechte locatie is om deze te realiseren."

Wanneer besliste er iemand: wacht even, hier moeten we echt tijd en energie in communicatie gaan stoppen?

"Toen er rondom een kazerne in Vlissingen een verkeerd beeld begon te leven en het hele land zich ermee ging bemoeien, besloot de toenmalige staatssecretaris om zich met Defensie actief in discussies te gaan mengen. Zo komen we ook al meteen bij de belangrijkste les die ik intern altijd aanstip: als je met mensen gaat praten, gaan ze met je in gesprek. Dan stellen ze vragen. Daar kun je wat mee."

Heb je intern een spreekwoordelijke omgevingscommunicatie-tanker moeten keren?

"We hebben wel moeten schakelen. Bijvoorbeeld om sneller in te spelen op wat er leeft in de omgeving. Als je een vraag twee weken laat liggen, is het antwoord meestal al achterhaald. We zijn intern gaan bijsturen zodat we snel kunnen inspelen op vragen van de media en de buurt. Daarnaast gingen we echt verder kijken dan het eigen belang."

Met welk kernargument probeer je die switch te maken?

"Dat het zonder wederzijdse belangenbehartiging onmogelijk is om een project met een impact op een heel groot deel van Nederland te laten slagen. Ik ging meer aandringen om vanuit het Strategisch Omgevingsmanagement-gedachtegoed te denken in mutual gains, waar iedereen voordeel uit haalt. Als je elke keer in negatieve scenario's of wat het gaat kosten blijft hangen, dan stokt zo'n grote operatie."

Hoe goten jullie zo'n nationaal programma in een verhaal dat voor de buitenwereld helder is?

"We hebben altijd op drie dingen gehamerd. Punt één: ja, u gaat ons vaker zien in de fysieke ruimte. We gaan meer oefenen, meer trainen, meer vliegen. Daar zijn extra ruimte en nieuwe kazernes voor nodig. Ten tweede gaat dat ook een economische impact hebben. De Defensie-industrie gaat opnieuw aanwakkeren. En als derde bereiden we gemeenten en provincies ook voor op stroomstoringen en hacks. Het gaat over meer dan in gevecht zijn met een tegenstander. We willen een weerbare samenleving creëren die bestand is tegen bedreigingen van buitenaf."

Daar valt weinig tegen in te brengen, maar daarom legt nog niet elke burger zich zomaar neer bij de bouw van een munitiedepot om de hoek. Hoe zet je die stap?

"Daarvoor gingen we casussen aan ons verhaal verbinden. In het begin had je de Russische aanval op Oekraïne, daarna was er dreiging doordat de VS op de Zuid-Chinese Zee voeren, Groenland, Venezuela ... Dat laatste lijkt voor België misschien ver van ons bed, maar in Nederland ligt dat anders omdat Venezuela op een steenworp afstand van Aruba ligt. Eigenlijk is er dus in onze achtertuin een president ontvoerd. Dat kan ook consequenties hebben voor ons koninkrijk. Intussen komen al die conflicten zo vaak in het nieuws, dat de mensen de urgentie zelf ook wel inzien."

In welke mate is er bij zo'n groot project participatie mogelijk?

"Bij participatie denkt iedereen meteen aan meebeslissen. Dat was niet mogelijk. We hebben vooral ingezet op maximaal informeren. In eerste instantie door de lokale medeoverheden echt te betrekken. Zij speelden een hele belangrijke rol. Daarnaast trokken we met een heldere boodschap naar het brede publiek tijdens inloopbijeenkomsten en informatieavonden. Daar duidden we de noodzaak: het belang van de groei van de krijgsmacht in een veranderende geopolitieke situatie. Wel hebben we meer dan 2.000 zienswijzen ontvangen op het ontwerp-NPRD en ongeveer 20.000 deelzienswijzen beantwoord. Daaruit kwamen mooie inzichten die ons helpen te bepalen hoe het in de toekomst beter kan."

Maximaal informeren is één ding, maar hadden jullie ook een soort van wortel waarmee jullie naar buurtbewoners, steden en gemeenten stapten?

"Defensie beschermt wat u dierbaar is. De commandant van de luchtmachtbasis Leeuwarden verwoordde het ooit goed toen er mensen boos waren over geluidsoverlast door de F-35's. 'Die kisten stijgen niet op om overlast te bezorgen, maar om ervoor te zorgen dat we veilig blijven.' Een sterke krijgsmacht heeft een afschrikfunctie die de dreiging van een daadwerkelijke aanval op Nederland beperkt. Een grotere wortel is eigenlijk niet nodig."

"We zijn bewust zoveel mogelijk de gemeenten gaan meenemen in ons verhaal. Bij hen was er eigenlijk vanaf het begin veel draagvlak. Als er veel vragen van inwoners kwamen, namen zij contact met ons op en zijn wij ter plekke gegaan om zelf tekst en uitleg te geven. Mozes ging naar de berg. Zo hebben we in totaal zo'n zeventig laagdrempelige infomomenten opgezet waarbij de staatssecretaris geregeld persoonlijk met de omgeving kwam spreken."

Wat maakt dat die infomomenten jullie belangrijkste kanaal waren om bij buurtbewoners door te dringen?

"De eerste stap is begrip hebben voor emotie. Die is er en dat is ook terecht. Daarna leg je het feitelijke verhaal uit. Bent u het met ons eens dat de wereld in een slechtere situatie verzeild raakt? Snapt u dat Defensie moet groeien? Nou, dan hebben wij onderzocht waarom deze locatie de minst slechte locatie is om een behoefte te realiseren. Daarnaast reik je perspectief aan: wanneer weet u meer? Wat als u hier straks weg moet? Of als boeren hun land kwijtraken? Begrip, feiten én perspectief kun je eigenlijk alleen op zo'n infomoment tot bij de burger krijgen. Dat werkt. Dat Poetin en vooral Trump ons verhaal kracht hebben bijgezet, was mooi meegenomen. (lacht)"

Maar hoe vertaal je een nationaal verhaal naar een lokale context?

"Ik ga altijd op zoek naar connectie. Dat doe ik bijvoorbeeld door al vroeger naar de plek van een infomoment te gaan en er even door de straten te lopen en wat straatnamen op te slaan. Ik zorg dat ik weet hoe het eruitziet en waar ik ben. Zo begrijp je hun zorgen."

Kun je enkele concrete voorbeelden noemen hoe je de eerder aangehaalde mutual gains voor omwonenden wist te verwezenlijken?

"Als er een mountainbikeroute door de projectlocatie loopt, dan probeer je die te verleggen zodat mountainbikers kunnen blijven fietsen. We bekijken ook of een onderwijscluster deel kan

"Wij hebben laagdrempelige infomomenten opgezet en de staatssecretaris sprak geregeld met de omgeving."
Artikel afbeelding

uitmaken van een kazerne. Het hoeft niet langer traditioneel een blok te zijn met een groot hek eromheen. Kunnen we er een kinderopvangorganisatie in huisvesten waar onze medewerkers, maar ook mensen van buitenaf voordeel van hebben? Kan er in het weekend geen gebruik gemaakt worden van de sportfaciliteiten?"

Op het eerste gezicht lijkt dat vrij vernieuwend, niet?

"Dat is het ook. In Amerika is het wel gebruikelijk. Daar kun je vrij over legerkazernes rijden. Dat is een soort van campus met delen waarvoor je aparte toegang moet krijgen. Zo groots zien wij het niet, maar er liggen wel mogelijkheden."

De krijgsmacht uitbreiden doe je niet van de ene op de andere dag. Toch lijkt de dreiging imminent. Staan jullie onder tijdsdruk?

"Kijk, je kunt een leger in één dag afbreken. Je zet alles stil, stuurt iedereen naar huis en verkoopt het materiaal. Weer opbouwen, dat is een heel ander verhaal. Je hebt een locatie nodig, nieuw materiaal, maar vooral ook kennis, personeel, instructeurs om mensen op te leiden ... Dat kost jaren. Zeker in een Nederland dat ruimtelijk al vol is en waar de arbeidsmarkt krap is."

"Je kunt dit er niet op korte termijn doorduwen. Dan bots je op een veel grotere weerstand. Er zijn nog altijd bezwaren, maar dankzij ons programma voor omgevingscommunicatie zijn we erin geslaagd om er heel wat op voorhand aan te pakken."

Hebben jullie de publieke opinie snel voelen veranderen?

"Absoluut. Aanvankelijk was de vraag vooral: is dit wel nodig? Daar groeide best snel begrip voor. De vraag veranderde dan in: oké, maar waarom in mijn achtertuin? Ook die discussie ging geleidelijk aan liggen. Het draagvlak groeide sneller door alle conflicten op de planeet, maar het succes van het NPRD ligt erin dat wij altijd bereikbaar blijven en lokaal uitleggen waarom we voor bepaalde locaties kozen."